Lateraal denken oefeningen voor meer creativiteit

Lateraal denken klinkt mystiek, maar is in de kern een trainbare gewoonte. Het is de bewuste keuze om je eerste invalshoek niet te vertrouwen en een tweede route te bedenken. In dit artikel deel ik een aantal oefeningen die ik zelf gebruik, ook in mijn lessen wiskunde, om dat vermogen op te bouwen.
Wat probeer je te trainen bij lateraal denken?
Het kernidee is eenvoudig: je hersenen kiezen automatisch het meest bekende pad. Bij een rekensom denk je in optellen en aftrekken. Bij een puzzel denk je in logica. Lateraal denken doorbreekt die automatische keuze en dwingt een tweede route. Soms is die route absurd, soms briljant. Het effect is hetzelfde: je vergroot het aantal mogelijke oplossingen voor een probleem.
Edward de Bono noemde dit destijds een tegenhanger van het verticale of logische denken. Niet beter, niet slechter, maar aanvullend. Wie alleen verticaal denkt, raakt vast in patronen. Wie alleen lateraal denkt, mist precisie. Het krachtige is om ze te combineren: lateraal voor brede ideeen, verticaal om die ideeen uit te werken.
Welke oefening is het meest effectief om mee te beginnen?
De random word-techniek. Je kiest een probleem en daarnaast een willekeurig zelfstandig naamwoord uit een boek of woordenlijst. Stel: het probleem is dat je leerlingen niet meer luisteren in de laatste tien minuten van een les. Het random woord is “boomtak”. Wat heeft een boomtak met aandacht te maken? Misschien dat aandacht zich vertakt, dus dat je de les in losse takken kunt verdelen. Misschien dat een tak buigt voordat hij breekt, dus dat je een pauzemoment moet inbouwen.
Negen van de tien combinaties zijn waardeloos. Maar de tiende geeft je een nieuw idee dat je nooit had bedacht via gewone brainstorm. Het mooie aan deze oefening is haar mechanische aard: je hoeft niet creatief te voelen, je voert de procedure uit en de creativiteit volgt vanzelf.
Hoe oefen je het loslaten van aannames?
Voor het oefenen van aannames is de “waarom is dit zo”-stapel ideaal. Pak een dagelijks gebruiksvoorwerp en vraag je vijf keer achter elkaar af waarom het is zoals het is. Een fietspedaal is rond. Waarom? Omdat je voet rondt draait. Waarom is dat de keuze? Omdat een been in een rondgaande beweging vermoeiender is. Klopt dat? En zo verder.
Bij elke “waarom” kraakt vaak een aanname. Op een gegeven moment kom je bij een aanname die niet meer evident is. Daar ligt de ruimte voor een alternatief ontwerp. Wie deze techniek vaak doet, traint zichzelf in het zien van wat anderen voor lief nemen. Voor een diepere uitleg zie lateraal denken uitleg.
Welke oefeningen werken goed in een groep?
In een groep werkt de zes hoeden van De Bono goed. Iedereen krijgt een rol toegewezen: de witte hoed (feiten), de rode hoed (gevoel), de zwarte hoed (kritiek), de gele hoed (optimisme), de groene hoed (creativiteit) en de blauwe hoed (procesbewaking). Elk standpunt komt in een vaste volgorde aan bod en mag pas dan spreken. Het maakt de denkstijl van het gesprek expliciet en voorkomt dat de luidste stem domineert.
Een variant met dezelfde dynamiek is de omkeertechniek. In plaats van te vragen “hoe lossen we X op?”, vraag je “hoe maken we X erger?”. Mensen ontspannen en komen razendsnel met ideeen. Vervolgens draai je elk idee om: het tegendeel doen levert een mogelijke oplossing op. Verfrissend en vaak verrassend productief.
Hoe gebruik je puzzels als oefenmateriaal?
Laterale puzzels zijn natuurlijk dankbaar oefenmateriaal. Het klassieke voorbeeld: een man hangt aan een touw in een lege kamer met een plas water onder hem. Wat is er gebeurd? Hij is op een ijsblok gaan staan en heeft zich opgehangen toen het smolt. De aannames die je moet loslaten: dat de plas water relevant is voor het oplossen, en dat een man die hangt direct daar werd geplaatst. Wie dit type vaak oefent, traint zichzelf in het uitstellen van conclusies.
Wie deze puzzeltechnieken in de praktijk wil ervaren, kan een escape room overwegen. In dat soort kamers kom je situaties tegen waarin je een aanname moet loslaten om verder te komen, en je merkt direct hoe ongemakkelijk dat is. Het ongemak is precies het signaal dat je iets nieuws aan het leren bent.
Welke gewoonte maakt lateraal denken duurzaam?
Een dagelijks logboekje van vragen. Schrijf elke avond een vraag op die je vandaag te vroeg met “ja” of “nee” beantwoordde. Niet een grote vraag, een kleine. Was de eerste route ook de beste? Waarom heb je dat besluit zo snel genomen? Niet om jezelf te kastijden, maar om de reflex te trainen. Na enkele weken merk je dat je in het moment al pauzeert.
Wie dit combineert met geregeld puzzelen, brainteasers en samen denken in groep, bouwt een breed cognitief vermogen op. Lees ook brainteasers voor volwassenen voor concrete oefenvoorbeelden.
Veelgestelde vragen
Hoe vaak moet je lateraal denken oefenen? Drie korte sessies per week is meestal voldoende om de gewoonte van aannames checken in je dagelijkse denken te verankeren. Vaak en kort werkt beter dan zelden en lang.
Kun je lateraal denken aanleren of moet je het hebben? Iedereen kan het ontwikkelen. Talent helpt, maar de bepalende factor is de gewoonte om bewust te zoeken naar alternatieve invalshoeken. Dat is procedureel trainbaar.
Wat is een goede oefening om mee te beginnen? De random word-techniek. Kies een probleem, kies een willekeurig zelfstandig naamwoord, en zoek een verband. Een mechanische oefening die met weinig moeite verrassende resultaten geeft.
Conclusie
Lateraal denken is geen mystieke gave, maar een gewoonte. De gewoonte om je eerste idee niet te vertrouwen, om een tweede route te bedenken voordat je oordeelt, en om aannames hardop te toetsen. Wie die gewoonte ontwikkelt via concrete oefeningen, merkt het verschil binnen weken. Niet alleen bij puzzels, maar bij elk dagelijks probleem dat een ander perspectief verdient.
